Spaans-module
De Spaans-module omvat meer dan 1.100 werkwoorden in zestien tijden, meer dan 1.600 zelfstandige naamwoorden en de kleinere woordsoorten daaromheen.
De manieren om ermee te leren staan beschreven onder Manieren om te leren in de Gebruikersgids. Deze gids beschrijft wat er in de cursus zit, woordsoort voor woordsoort.
Elk woordtype heeft een eigen tegel op Zelfstandig studeren, en elke tegel opent een hub met dezelfde secties Theorie / Studie / Oefenen als de rest van de app. Niveau en onderwerp stel je niet per hub in. Je niveau kies je in Schema en niveau (de chip met de vlag), de onderwerpen in Zelfstandig studeren → Woordbereik selecteren, en elke hub put uit allebei. Een frequentiefilter is er in Zelfstandig studeren niet.
- Werkwoorden — meer dan 1.100 werkwoorden in 23 werkwoordgroepen, vervoegd in zestien tijden en vormen: de indicatief, de conjunctief en de gebiedende wijs, en het gerundio. Kies werkwoordgroepen en tijden, lees de theorie, zoek de volledige vervoeging van elk werkwoord op en oefen daarna betekenissen, productie, herkenning en de keuze-oefeningen. Zie Werkwoorden.
- Zelfstandige naamwoorden — meer dan 1.600 zelfstandige naamwoorden: geslacht, meervoud, betekenissen en vertalingen. Zie Zelfstandige naamwoorden.
- Bijvoeglijke naamwoorden — meer dan 290 bijvoeglijke naamwoorden: congruentie, verkorting, vergelijking en afleiding van bijwoorden.
- Bijwoorden — meer dan 230 bijwoorden, afgeleid (-mente) en niet-afgeleid.
- Voornaamwoorden — zo'n vijftig voornaamwoorden: persoonlijke, aanwijzende, bezittelijke, betrekkelijke, vragende en onbepaalde.
- Voorzetsels — meer dan 30 voorzetsels, aangeleerd via hun gebruik: por / para, en / a / de, vaste combinaties en idioom.
- Telwoorden — hoofdtelwoorden en verwante vormen, met verkorting (un, cien) en congruentie bij de honderdtallen.
- Andere woordenschat — de overige losse woorden: voegwoorden, lidwoorden, determinatoren en tussenwerpsels.
- Uitdrukkingen — meer dan 270 zorgvuldig samengestelde vaste uitdrukkingen, plus de voorbeeldzinnen uit de werkwoord- en naamwoordcatalogi. Zie Woorden en uitdrukkingen.
Sommige onderdelen bestaan alleen in de Spaanse cursus:
- Valkuilen — samengestelde decks van dingen die een leerder actief op het verkeerde been zetten: valse vrienden, zelfstandige naamwoorden waarvan de uitgang over het geslacht liegt, zelfstandige naamwoorden waarvan de betekenis met het lidwoord verandert, en bijvoeglijke naamwoorden waarvan de betekenis verandert met ser of estar. Op iPhone en iPad is het een kaart onder Hulpmiddelen op Zelfstandig studeren; op de Mac staat het in de zijbalk. Zie Valkuilen.
- Spaanse werkwoordoefeningen — de vormoefeningen van Voltooid deelwoord (Participio) tot en met Stamveranderingen (Presente) oefenen de vormen waar de Spaanse onregelmatigheid zich concentreert, en Ser of estar, Gustar en verwante werkwoorden, Ir a, tener que, acabar de en Welke verleden tijd? (Perfecto / Indefinido) zijn keuze-oefeningen die geen andere cursus heeft. Zie De keuze-oefeningen.
- Spaanse spraak instellen — hoe je een natuurlijke Spaanse stem krijgt waarmee de app spreekt.
Niveauschema's
De cursus Spaans heeft twee niveauschema's. Kies er een in Schema en niveau (de chip met de vlag); de schema's zelf staan onder Niveauschema's in het cursustabblad van Instellingen (zie Niveauschema's in de Gebruikersgids).
- ERK — het standaardschema, voor wie Spaans als vreemde taal leert: zes niveaus, A1 tot C2, met vertalingen in je app-taal.
- Escuela — voor een Spaanstalige leerling die op school Lengua castellana volgt. De niveaus zijn de schooljaren, 3.º de Primaria tot 2.º de ESO. Wie het kiest, krijgt de app in het Spaans, ziet geen vertalingen, leest de tijden zoals Spaanse scholen ze noemen (pretérito perfecto simple voor de indefinido), en mist wat voor anderstaligen bedoeld is: de betekenisoefeningen, Valkuilen, Taalkundige analyse, de themalessen en de valse vrienden. 1.º de ESO maakt de vervoeging af (de imperfecto en de samengestelde tijden van de subjuntivo); 2.º de ESO voegt de oefeningen over omschrijvingen en aspect en de zeldzaamste woorden toe. Daar eindigt het schema: vanaf 3.º de ESO gaat het vak over zinsbouw, tekstsoorten en literatuur, en die leert de app niet.