De concordantie-oefening



In het overzichtsscherm heet deze oefening Congruentie-oefening. Ze toont een korte Latijnse zin met een open plek waar een bijvoeglijk naamwoord hoort. Het zelfstandig naamwoord staat al in zijn verbogen vorm. Jouw taak is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord te kiezen die overeenkomt met het zelfstandig naamwoord in naamval, getal en geslacht. Die overeenkomst is de concordantie waar de oefening naar genoemd is.
Wat een vraag toont. Een voorbeeld:
Kies de vorm van pulcher, pulchra, pulchrum
Latijn
___ rosam amō.
komt overeen met rosam (f. Acc. sg.)
- pulcher
- pulchram
- pulchrārum
- pulchrīs
De opdracht geeft het bijvoeglijk naamwoord in zijn citeervorm. Onder de zin noemt een hint het zelfstandig naamwoord met zijn geslacht, naamval en getal; de opdracht is dus die drie kenmerken om te zetten in de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord. Er zijn altijd vier opties. Eén is goed, en de andere drie zijn andere vormen van hetzelfde bijvoeglijk naamwoord, willekeurig gekozen uit het paradigma.
Antwoorden. Eén tik is je antwoord. Je keuze vult de open plek, de juiste optie krijgt een groen vinkje en een foute keuze een rood kruis. Een uitlegkaart geeft vervolgens de reden:
Waarom pulchram?
pulchram komt overeen met rosam (f. Acc. sg.).
De kaart toont dezelfde tekst, of je nu goed of fout koos. Hij vertelt niet welke as je hebt gemist. Tik op Volgende vraag om door te gaan, of op Toon resultaten na de laatste vraag.
Waar de zinnen vandaan komen. Elke vraag combineert een willekeurig zelfstandig naamwoord uit je selectie van zelfstandige naamwoorden, een bijvoeglijk naamwoord uit je selectie van bijvoeglijke naamwoorden, en een willekeurige naamval en getal. De naamval is nominatief, genitief, datief, accusatief of ablatief. Naar de vocatief wordt nooit gevraagd. De app kiest vervolgens voor die naamval een kort zinsraamwerk uit een kleine ingebouwde set. Raamwerken voor de nominatief zetten het zelfstandig naamwoord op de plaats van het onderwerp (… cantat), die voor de genitief maken er een bezitter van (Liber … in mēnsā est), die voor de datief een meewerkend voorwerp (… dōnum dō), die voor de accusatief een lijdend voorwerp (… videō), en die voor de ablatief gebruiken een voorzetsel (Cum … ambulō). De raamwerken veranderen niet met het getal, dus een zelfstandig naamwoord in het meervoud kan bij een werkwoord in het enkelvoud terechtkomen. Dat levert vreemd Latijn op, maar de geteste congruentie klopt nog steeds. In elk raamwerk staat het bijvoeglijk naamwoord direct naast zijn zelfstandig naamwoord, dus de oefening traint alleen attributieve congruentie.
Je pool. De oefening put uit beide selecties onder Configuratie: Selecteer groepen zelfstandige naamwoorden in het overzichtsscherm Zelfstandige naamwoorden en Selecteer groepen bijvoeglijke naamwoorden in het overzichtsscherm Bijvoeglijke naamwoorden, elk gefilterd op je woordbereik. Wil je je richten op één verbuiging of één patroon, maak dan de betreffende selectie kleiner. Laat een van beide selecties niets over om uit te putten, dan toont de oefening Niets om te oefenen en vertelt welke rijen onder Configuratie je moet nakijken.
Sessie en vastlegging. De schakelaar Foute antwoorden bovenaan beperkt de sessie tot bijvoeglijke naamwoorden die je vaak fout hebt. Het aantal vragen komt uit Vragen per sessie in Instellingen → Studie. Elk antwoord wordt als goed of fout vastgelegd bij het bijvoeglijk naamwoord, dus het telt mee voor de voortgang van dat woord. Het zelfstandig naamwoord in de zin wordt niet vastgelegd.
Wanneer gebruik je hem. Gebruik deze oefening zodra je vormen van zelfstandige naamwoorden en van bijvoeglijke naamwoorden los van elkaar betrouwbaar kunt produceren. Het is de integratie-oefening: je zet de twee samen in een zin.