Tijden



Tijden, onder Theorie op het overzichtsscherm voor werkwoorden, legt uit hoe de Franse tijden het werk onderling verdelen. Er wordt niets vastgelegd. De inleiding is ingeklapt als de pagina opent, zodat de tijden vooraan staan.
De tijden staan onder dezelfde koppen als bij Selecteer tijden: Indicatif – Temps Simples, Indicatif – Passé Simple, Indicatif – Temps Composés, Conditionnel, Impératif en Subjonctif. Elke tijd heeft een kaart die opent met wanneer de tijd wordt gebruikt, een voorbeeldvervoeging, voorbeeldzinnen en hoe hij wordt gevormd. Het is dezelfde kaart als achter de ⓘ van de tijd op Selecteer tijden.
Een paar dingen die goed zijn om te weten voordat je tijden kiest:
- De Passé Simple is de literaire verleden tijd. Je komt hem tegen in romans en geschiedenisboeken, maar in gesproken Frans wordt in plaats daarvan de Passé Composé gebruikt. De Passé Antérieur en de Subjonctif Imparfait en Plus-que-parfait zijn ook literair.
- Elke samengestelde tijd bestaat uit een hulpwerkwoord (avoir of être) in een enkelvoudige tijd plus het voltooid deelwoord: j'ai parlé, j'avais parlé, j'aurai parlé, j'eus parlé, j'aurais parlé, que j'aie parlé, que j'eusse parlé, aie parlé.
- De twee gebiedende wijzen hebben alleen de vormen voor tu, nous en vous.
- In de vervoegingstabellen staat elke vorm van de subjonctif na que (que je parle, qu'il parle).