Ser of estar



Het Spaans heeft twee werkwoorden voor zijn, ser en estar, waar het Engels en het Nederlands er één hebben. De vervoeging gaat al snel automatisch; de keuze blijft jarenlang moeilijk. Deze oefening vraagt alleen welke van de twee een zin nodig heeft. Ze werkt zoals de andere keuze-oefeningen (zie De keuze-oefeningen).
Hoe een vraag eruitziet. Onder de opdracht "Kies ser of estar" toont de kaart de zin in jouw taal. Onder die zin staat een badge met de regel die speelt, zoals Identiteit, Plaats, Toestand of Betekenis verandert. Daaronder volgt de Spaanse zin met een open plek:
Mijn moeder is moe. Toestand Spaans: Mi madre ___ cansada.
De twee opties zijn al vervoegd in de persoon en tijd die de zin nodig heeft — es / está, soy / estoy, son / están, era / estaba — dus je moet ook de vormen herkennen. De optie waarop je tikt, vult de open plek. Na je antwoord legt een kaart uit waarom ("Waarom está?"); lees die ook als je het goed had.
De regels in het deck.
- Ser — identiteit en beroep (Mi hermana es médica), herkomst (Soy neerlandés), materiaal en bezit (La mesa es de madera, Ese libro es mÃo), tijd en datum (Son las tres, Hoy es lunes), en onpersoonlijke uitdrukkingen (Es importante estudiar).
- Estar — waar een persoon of ding zich bevindt (Las llaves están en la mesa), een voorbijgaande toestand (La sopa está frÃa), het resultaat van een verandering (La ventana está abierta, en ook Mi abuelo está muerto), en vaste uitdrukkingen (Estoy de acuerdo).
- De plaats van een gebeurtenis — gebeurtenissen nemen ser, ook bij "waar": La fiesta es en mi casa, maar La casa está en la calle Mayor. Kun je "vindt plaats" zeggen in plaats van "is", gebruik dan ser.
- Betekenis verandert — bijvoeglijke naamwoorden waarvan de betekenis van het werkwoord afhangt. De Spaanse zin is voor beide gelijk, dus de zin in jouw taal is je enige aanwijzing: es aburrido (saai) / está aburrido (verveeld), es listo (slim) / está listo (klaar), es rico (rijk) / está rico (lekker), es verde (groen) / está verde (onrijp), es malo (slecht) / está malo (ziek), en ook vivo, abierto, bueno, despierto, atento, seguro en interesado.
- In het verleden — dezelfde keuze met era en estaba: de regel verandert niet met de tijd.
Wat wordt vastgelegd. Elke regel wordt apart vastgelegd (ser voor identiteit is één item, ser voor gebeurtenissen een ander), zodat een regel die je steeds mist vaker terugkomt.
Het deck Ser of estar onder Valkuilen is dezelfde oefening, beperkt tot de zinnen van Betekenis verandert.