Bijwoorden



Het overzicht Bijwoorden bevat bijna 400 Latijnse bijwoorden van drie soorten:
- Afgeleid: gevormd uit een bijvoeglijk naamwoord. Bijvoeglijke naamwoorden van de 1ᵉ/2ᵉ verbuiging krijgen -ē (longus → longē, pulcher → pulchrē). Bijvoeglijke naamwoorden van de 3ᵉ verbuiging krijgen -iter (fortis → fortiter). Stammen op -nt- krijgen -nter (prūdēns → prūdenter). Meer dan 300 bijwoorden zijn van deze soort.
- Onregelmatig: gevormd uit een bijvoeglijk naamwoord, maar niet volgens de regel: bene, male, magnopere, multum, paulum.
- Lexicaal: niet gevormd uit een bijvoeglijk naamwoord. Hieronder vallen woorden van plaats (hīc, ibi), tijd (nunc, semper, crās) en graad (valdē, paene), en verbindende woorden (etiam, autem). Het zijn er meer dan 70.
Het overzicht heeft deze schermen:
- Selecteer bijwoordgroepen (Configuratie): vink de soorten aan die je wilt. Tik op ⓘ bij een soort voor een uitleg en de bijwoorden van die soort.
- Bijwoorden vormen (Theorie): de regels voor -ē / -iter / -nter, de onregelmatige bijwoorden, en hoe de vergrotende en overtreffende trap werken (fortius, fortissimē; bene → melius → optimē).
- Naslag bijwoorden (Studie): de geselecteerde bijwoorden, elk gemarkeerd met zijn soort. Het detailscherm van een afgeleid bijwoord toont het bijvoeglijk naamwoord waar het van komt.
- Bijwoordbetekenis (Oefeningen): flashcards voor de betekenis van elk bijwoord.
Er is geen vormoefening voor bijwoorden. Zodra je de regel kent, zijn afgeleide bijwoorden voorspelbaar, dus de oefening toetst alleen de betekenis.