Ga naar inhoud

Latijn is morfologie. Maak het automatisch.

Elke uitgang, elke macron, geoefend tot een zin geen puzzel meer is maar een tekst.

Je kunt alle rijtjes uit je hoofd kennen en toch vastlopen op een proefwerk. Een rijtje opzeggen is iets anders dan rēbus midden in een zin herkennen.

Woordjesapps overhoren een lijstje dat iemand heeft ingetypt. Ontleders geven antwoorden, maar vragen nooit iets. LinguaMorpha doet allebei, en in twee richtingen: "wat is corporibus?" en "geef de datief meervoud van corpus".

Dat kan omdat het alle vormen zelf bouwt. Het overhoort elke vorm, beoordeelt je antwoord tot op de macron — mild of streng, jij kiest — en laat bij een fout zien welk rijtje erachter zit. Heeft een vorm meer lezingen, dan tellen ze allemaal: rosae is genitivus en dativus enkelvoud, nominativus en vocativus meervoud.

Loop je vast bij het vertalen, dan zit de ontleder al ingebouwd — plus tien teksten, van een beginnersverhaal tot onbewerkte Cicero, regel voor regel vertaald.

Elke vorm is vergeleken met een externe bron. Elk verschil staat openbaar gedocumenteerd op de site.

Probeer het 21 dagen gratis — elke functie, elke taal. Ontgrendel daarna alleen Latijn, of alle talen, als eenmalige aankoop. Geen abonnement, geen account.

iPhone & iPad Download LinguaMorpha in de App Store
Mac Download LinguaMorpha in de Mac App Store

Voor wie het is

De zelfstudent. Je doet Latijn zonder docent — Lingua Latina per se Illustrata op eigen kracht, of een leerboek dat je zelf doorwerkt. Er is niemand die je overhoort en niemand die zegt dat het net niet klopt. De app vraagt de vorm in plaats van hem te tonen, controleert je antwoord tot op de macron, en laat bij een fout zien welk rijtje erachter zit.

De lezer. Je kunt een tekst volgen met een woordenboek en een grammatica, maar niet zonder. De ontleder controleert je lezing regel voor regel, de leesteksten zetten een ontleding achter elk woord, en de oefeningen dichten de gaten die de ontleder blijft vinden.

De scholier. Rijtjes leer je niet door ze te lezen maar door ze te maken, keer op keer, tot ze vanzelf komen. Beperk de oefeningen tot de verbuigingen, patronen en tijden die je hoofdstuk heeft geïntroduceerd — Fortuna, Disco, welke methode je ook gebruikt — en oefen tot ze blijven hangen: typ de vorm die bij naamval en getal hoort, vervoeg in de gevraagde tijd, herken wat een vorm is. Elk antwoord wordt gecontroleerd, macron en al, niet alleen getoond. De app onthoudt wat je fout deed en komt daarop terug. Daarnaast: de tabellen op je telefoon voor de toets, en de zinsontleder voor het huiswerk.

Vergeleken met de rest. Voor Latijn zijn de alternatieven websites bij een leerboek, woordenlijsten en flashcardstapels. LinguaMorpha brengt de catalogus, de paradigmatabellen, de productie- en herkenningsoefeningen, de ontleder, de leesteksten en sessies die bijhouden wat je fout doet samen in één app, in plaats van een verzameling losse hulpmiddelen. Het leert je geen Latijn spreken en vervangt je leerboek niet; het is wat je ernaast gebruikt.

Vijf manieren om te leren

Grammaticalessen, Theorie, Oefensets, Zelfstandig studeren en Toetsen — dezelfde vijf in elke cursus, met één catalogus en één adaptieve motor, zodat een antwoord dat je in een ervan geeft overal meetelt. Waar elke manier voor is →

Van paradigma naar tekst

Elke vorm, elke macron. Elke vorm van een zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord of werkwoord in de cursus is opgeslagen met zijn macrons, en de typoefeningen controleren ze. De controle is standaard mild: rosis voor rosīs telt nog als goed, met de feedback Correct — let op de macron en een aanwijzing waar de lange klinker staat. Zet Exacte spelling aan (Instellingen → Studie) en een ontbrekende macron is fout — voor als klinkerlengte precies is wat je aan het leren bent. In beide gevallen blijft de geschreven vorm met zijn macrons de norm.

De vijf verbuigingen, in één overzicht en in beide richtingen geoefend. Het overzicht zet de uitgangen van alle vijf de verbuigingen naast elkaar, enkelvoud en meervoud, en schakelt om naar een gedetailleerd raster met de onzijdige kolommen van de 2e, 3e en 4e. Van daaruit vraagt Verbuig het zelfstandig naamwoord je de vorm te maken die bij een naamval en getal hoort, en vraagt Herken de vorm wat een vorm is — en in het Latijn is het eerlijke antwoord vaak meer dan één, dus elke juiste analyse van een dubbelzinnige vorm telt. Selecteer groepen zelfstandige naamwoorden beperkt de oefeningen tot de verbuigingen waar je mee bezig bent, i-stammen en de onzijdige woorden van de vierde verbuiging inbegrepen.

Zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord samen. Paradigma's leer je woord voor woord, maar Latijn lees je twee woorden tegelijk. In de congruentie-oefening verschijnt een korte zin met een gat waar een bijvoeglijk naamwoord hoort; het zelfstandig naamwoord staat al in de juiste vorm, en jij kiest de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die ermee overeenkomt in naamval, getal en geslacht. Na elk antwoord legt een kaart de keuze uit — pulchram congrueert met rosam (f. Acc. sg.). Alle vijf de patronen van bijvoeglijke naamwoorden doen mee.

Het werkwoordsysteem volledig. Indicativus, coniunctivus en imperativus, bedrijvend en lijdend, plus de zes infinitieven, alle vier de deelwoorden, het gerundium en het supinum — elke tijd kan aan of uit in Selecteer tijden, zodat de oefeningen je leerboek volgen in plaats van erop vooruit te lopen. Tik op een werkwoord voor een scherm met tabbladen, met de infinitief als titel en de stamtijden eronder (amāre, amō, amāvī, amātum): Vervoeging, te filteren op wijs, tijd, stam en vorm; Regelmaat, dat het werkwoord tijd voor tijd doorloopt, de stam noemt waarop elke tijd is gebouwd en in amber de stammen toont die je uit je hoofd moet leren; en een afdrukbaar Referentieblad van één pagina. Maak daarna een vorm, herken er een, noem het werkwoord bij zijn stamtijden, of doe de twee keuze-oefeningen — Perfectum of imperfectum en Indicativus of coniunctivus — die vragen welke tijd of wijs een zin nodig heeft.

Typ een vorm en zie wat het is. Opzoeken neemt wat je op de bladzijde tegenkwam — ferrent, rēbus, ductūrōs — en vertelt je wat het is: het woord waar het bij hoort, de betekenis, en naamval en getal of tijd, persoon en vorm, met elke lezing van een dubbelzinnige vorm erbij. Het doorzoekt elke vorm van elk werkwoord, zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord in de cursus, niet alleen de trefwoorden. Macrons en hoofdletters zijn optioneel, een woord in je eigen taal vindt het Latijn, en een vorm die je half onthouden of verkeerd gespeld hebt, komt nog steeds bij de dichtstbijzijnde trefwoorden uit. Een werkwoord opent bij de tijd die je typte; een zelfstandig naamwoord opent met die vorm gemarkeerd in zijn tabel.

Van vormen naar zinnen. Zodra de vormen er zijn, richt de cursus ze op tekst. Zelfstandige naamwoorden dragen ruim 1.700 voorbeeldzinnen, elk vertaald en voorzien van de naamval en het getal die het naamwoord daarin heeft; bijvoeglijke naamwoorden tonen korte zinnen waarin het bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord congrueert; veel werkwoorden voegen voorbeelden per tijd en hun afzonderlijke betekenissen toe. De zinsontleder neemt een hele zin — een regel Caesar, een vers uit de Vulgaat, je huiswerk — en geeft elk woord terug als een chip met het lemma van de meest waarschijnlijke lezing en een badge als er meer zijn; tik op een chip voor elke mogelijke ontleding, en zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en werkwoorden openen hun volledige ingang met de passende vorm gemarkeerd. Hij negeert macrons en hoofdletters, haalt leestekens weg en splitst enclitica zoals -que en -cum, put uit ruim 2.000 lemma's op het niveau van een beginnerscursus, en markeert wat hij niet kent als onbekend. Een letterlijke woord-voor-woordvertaling kun je kopiëren, en op apparaten met Apple Intelligence vraagt een knop Vertaal om een machinevertaling. En de tien geannoteerde leesteksten — van een beginnersverhaal via de Vulgaat, Catullus en Phaedrus tot onbewerkte Caesar en Cicero — zetten de ontleder achter elk woord, een Engelse en een Nederlandse vertaling onder elke regel, en een docentnoot bij de constructies die de moeite waard zijn.

Naast je leerboek. De cursus kent geen hoofdstuklabels, dus er is geen filter per hoofdstuk voor Fortuna, Disco of Lingua Latina; in plaats daarvan beperk je de oefeningen op verbuiging, adjectiefpatroon, werkwoordgroep en tijd tot wat het hoofdstuk heeft geïntroduceerd, lees je het hoofdstuk, en oefen je dezelfde stof hier tot ze automatisch gaat. Elk antwoord wordt op je apparaat vastgelegd, de woorden voor elke sessie worden uit je selectie gekozen op basis van je antwoordgeschiedenis, en een schakelaar Foute antwoorden beperkt een sessie tot wat je eerder fout had. Wil je liever geleid worden, dan lopen de Grammaticalessen dezelfde stof in volgorde door: twaalf lessen in vier modules, van de eerste verbuigingen en het praesens- en perfectumsysteem van het werkwoord tot het passief, voornaamwoorden, deelwoorden en de coniunctivus. En kom je buiten de app Latijn tegen, dan is de ontleder de snelste manier om je lezing te controleren.

Hoe ziet het er verder uit? →


Voor de docent

Wat een leerling ermee doet. De app vervangt de methode niet; ze is wat de leerling ernaast opent. Verbuigingen, adjectiefpatronen, werkwoordgroepen en tijden staan elk apart aan of uit, dus de oefeningen zijn te beperken tot wat het hoofdstuk heeft geïntroduceerd — de rijtjes van deze week, niet die van over een maand. Elke sessie kiest zijn woorden op de antwoordgeschiedenis, en de schakelaar Foute antwoorden houdt een sessie bij wat eerder misging. De rapporten laten zien welke tijden en woorden een leerling heeft geoefend, hoe goed, en wat is blijven hangen.

Een set voor de klas. Een oefenset is een sessie die je zelf samenstelt — deze woorden, die tijden, dit soort oefening — en als bestand deelt, via AirDrop, mail of de elektronische leeromgeving. De leerlingen importeren hem en oefenen dezelfde stof. Voor het proefwerk van volgende week, of voor het rijtje dat de halve klas nog niet kent.

Huiswerk controleren. Plak een zin in de zinsontleder en elk woord komt ontleed terug, met elke lezing van een dubbelzinnige vorm. Het is de snelste controle op een lezing die niet klopt: rēbus is geen accusativus, wat de leerling ook dacht. De leesteksten — van een beginnersverhaal via de Vulgaat, Catullus en Phaedrus tot onbewerkte Caesar en Cicero — hebben een ontleding achter elk woord, een Nederlandse en een Engelse vertaling onder elke regel en bij de opvallende constructies een docentnoot: de jussieve coniunctivus in het Pater Noster, de ablativus van betrekking bij Caesar, de AcI bij Cicero. De docentnoten zijn op dit moment in het Engels.

De woorden van de school. De app zegt coniunctivus, noemt een werkwoord bij zijn infinitief (amāre) met de stamtijden erachter, zet de naamvallen in de volgorde nominativus – genitivus – dativus – accusativus – ablativus – vocativus en labelt de rijen van een vervoeging 1 sg … 3 pl, zonder voornaamwoord. De macrons volgen de Oxford Latin Dictionary en Ørbergs Familia Romana. Wat daarvan een keuze is, staat in één overzicht in de handleiding, zodat een leerling die iets anders ziet dan in zijn boek weet waarom.

Wat het niet is. Geen docentendashboard, geen accounts, geen klassenbeheer, geen resultaten die naar de school gaan. Dat is een keuze: de antwoorden van een leerling blijven op zijn eigen apparaat, en er is geen server waar ze naartoe kunnen. Wil je weten hoe een leerling ervoor staat, dan laat hij zijn rapport zien of exporteert het als pdf.

Hoe we weten dat de vormen kloppen

De maker van de app is geen classicus. Daarom rust de juistheid van de vormen niet op zijn oordeel, maar op vergelijking met bronnen die een classicus wél vertrouwt, en op het opschrijven van elk verschil.

Elke werkwoordsvorm tegen Wiktionary. Alle 66.290 vormen die de app voor al haar werkwoorden maakt — elke persoon, elke tijd, elke wijs, actief en passief, infinitieven, deelwoorden, gerundium en supinum — zijn vergeleken met de vervoegingstabellen van Wiktionary. 66.048 zijn letter voor letter gelijk; 93 verschillen alleen in een klinkerlengte, waar Wiktionary de lengte openlaat en de app er één kiest; 65 verschillen echt; en 84 vormen maakt de app die Wiktionary niet opgeeft — de volledige passieven van werkwoorden waarvan Wiktionary alleen de derde persoon geeft. Van elk verschil staat in het register opgeschreven wat het is en waarom de app haar vorm houdt of niet — en dat register is te lezen, op de pagina Open vragen.

Elke naamwoordsvorm tegen Collatinus. Alle 42.096 vormen van de zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden in drie trappen en voornaamwoorden zijn vergeleken met Collatinus, de lemmatiseerder van Yves Ouvrard en Philippe Verkerk die Biblissima verspreidt. 41.629 zijn gelijk, de positionele lengtes vóór ns en nf meegerekend; 43 verschillen alleen in een klinkerlengte; 394 verschillen echt, en elk verschil is beoordeeld en opgeschreven: een keuze tussen grammatica's, een vorm die Collatinus mist of anders zet, of een open vraag. De rest zijn vormen die de app weglaat, zoals het meervoud van Iuppiter en de genitief meervoud van spēs. De verschrijvingen die de vergelijking aan onze kant vond, zijn hersteld voordat er werd geteld.

Elk meningsverschil staat op papier. De verschillen die overblijven staan in een register met hun reden — turrim of turrem voor de accusativus van turris, de vocativus van aureus, de stam van simplex. Een aantal is beslist; een handjevol is open, en die leggen we voor aan een classicus in plaats van ze zelf te beslissen — ze staan op een eigen pagina. Dat register bewaakt ook de toekomst: een wijziging in de app die één vorm meer van de bron laat afwijken, laat de controle falen tot iemand het verschil heeft beoordeeld.

Wat dit niet bewijst. Dat een vorm klopt, zegt niets over de vertalingen, de voorbeeldzinnen en de docentnoten; die zijn door de maker geschreven en door niemand met een graad in de klassieke talen gelezen. Een docent die er een fout in vindt, helpt de app het meest door hem te melden — zie de pagina Support; elk bericht wordt gelezen.

Voor de school

Eén bedrag per leerling, geen abonnement. Latijn is een eenmalige aankoop in de App Store, op de eigen iPhone, iPad of Mac van de leerling; met dezelfde Apple ID op al zijn apparaten tegelijk. Geen jaarlijkse licentie, geen verlenging.

Eerst 21 dagen gratis, voor de hele klas. Elke leerling kan de complete Latijnse cursus 21 dagen gebruiken zonder te betalen. Dat is genoeg voor een proefperiode met een klas voordat iemand iets koopt.

Geen accounts, geen gegevens. De app vraagt geen naam, geen e-mailadres, geen leeftijd. Antwoorden, voortgang en instellingen blijven op het apparaat; er is geen server, geen analytics, geen tracking. Voor de AVG-toets van de school is dat het korte antwoord: er worden geen persoonsgegevens verwerkt. Het lange antwoord staat in het privacybeleid.

Eén app voor de sectie moderne én klassieke talen. Dezelfde app bevat Spaans — ruim 1.100 werkwoorden in zestien tijden, de subjuntivo inbegrepen — en Frans — ruim 900 werkwoorden, de passé simple inbegrepen — met dezelfde oefeningen, rapporten, oefensets en grammaticalessen, en dezelfde regel dat niets het apparaat verlaat. Een leerling die Latijn én Frans doet, leert beide op één manier; een school die de drie talen geeft, hoeft één app te beoordelen. Elke taal is apart te ontgrendelen, of alle drie samen als Alle talen ontgrendelen.

iPhone, iPad en Mac. Dezelfde app op alle drie, met dezelfde tabellen en oefeningen: de school-iPad in de les, de eigen telefoon in de trein, de Mac aan het bureau. Eén aankoop geldt voor alle apparaten met dezelfde Apple ID; de voortgang blijft per apparaat, want er is geen account om haar te synchroniseren. Niet voor Android, Windows of Chromebook.

Drie interfacetalen. De app, de handleiding en deze site zijn er in het Nederlands, Engels en Spaans; de leerling kiest zelf de taal, los van de cursus. Een internationale school of een tweetalige afdeling zet de app in het Engels, met dezelfde Latijnse termen en dezelfde tabellen.

Aanschaf door de school. Een schooluitgave die de school zelf koopt via Apple School Manager — licenties die van de school zijn, elk jaar opnieuw toe te wijzen aan de nieuwe klas, met Apple's onderwijskorting vanaf twintig exemplaren — is mogelijk, maar er nog niet. We bouwen haar zodra een school haar wil aanschaffen; wil jouw school dat, laat het weten via de pagina Support. Tot dan is het antwoord: het eigen apparaat van de leerling, één aankoop, en 21 dagen gratis voor de hele klas.


De catalogus

  • ruim 600 werkwoorden in zes werkwoordgroepen: de vijf vervoegingen en de volledig onregelmatige werkwoorden
  • ruim 650 zelfstandige naamwoorden verdeeld over alle vijf de verbuigingen, plus twee onregelmatige zelfstandige naamwoorden
  • ruim 350 bijvoeglijke naamwoorden verdeeld over alle vijf de patronen
  • de belangrijkste voornaamwoorden — persoonlijke, aanwijzende, betrekkelijke, vragende en onbepaalde — elk met het volledige paradigma
  • de hoofdtelwoorden van 1 tot 20, de tientallen tot 100, en mīlle
  • voorzetsels, bijwoorden, voegwoorden, tussenwerpsels en vaste uitdrukkingen, elk met een eigen overzicht

De grammatica in detail

Precies welke vormen, groepen en patronen de cursus dekt — open voor het naslagdeel

Grammatica van het werkwoord

Het volledige klassieke tijdensysteem: indicativus, coniunctivus en imperativus, bedrijvend en lijdend, plus de onbepaalde vormen. Elke tijd kun je aan- of uitzetten in Selecteer tijden.

Indicativus — praesenssysteem (bedrijvend en lijdend)

  • Praesens
  • Imperfectum
  • Futurum

Indicativus — perfectumsysteem (bedrijvend en lijdend — de lijdende vorm gebouwd met het voltooid deelwoord en esse)

  • Perfectum
  • Plusquamperfectum
  • Futurum Exactum

Coniunctivus — vier tijden (bedrijvend en lijdend)

  • Coniunctivus Praesens
  • Coniunctivus Imperfectum
  • Coniunctivus Perfectum
  • Coniunctivus Plusquamperfectum

Imperativus

  • Praesens (het alledaagse "doe dit!")
  • Futurum (formeel register — wetten, gebeden, spreuken)
  • De lijdende vormen daarvan

Onbepaalde vormen

  • Zes infinitieven (drie tijden × twee vormen)
  • Alle vier de deelwoorden: tegenwoordig bedrijvend, voltooid lijdend, toekomend bedrijvend, en het toekomend lijdend deelwoord of gerundivum
  • Gerundium (het werkwoordelijk zelfstandig naamwoord)
  • Supinum (accusativus op -um voor doel, ablativus op -ū voor betrekking)

Werkwoordgroepen. De werkwoorden zijn verdeeld over zes groepen: de 1e (-āre), 2ᵉ (-ēre), 3ᵉ (-ere), 3ᵉ-iō en 4ᵉ (-īre) vervoeging, en de volledig onregelmatige werkwoorden (sum, possum, eō, fīō en hun samenstellingen). Ferō, volō, nōlō en mālō staan bij de 3e vervoeging, met hun onregelmatige vormen één voor één opgeslagen.

Het detailscherm van een werkwoord. Tik op een werkwoord voor een scherm met tabbladen — Vervoeging · Regelmaat · Referentieblad — met de infinitief als titel en de stamtijden eronder. Vervoeging kun je filteren op wijs, tijd, stam en vorm. Regelmaat loopt het werkwoord tijd voor tijd door, noemt de stam waarop elke tijd is gebouwd en toont in amber de stammen die je uit je hoofd moet leren. Referentieblad is een afdrukbare pdf van één pagina met de bedrijvende vorm.

Oefeningen. Produceer een vorm of herken er een — elke analyse van een dubbelzinnige vorm telt — noem het werkwoord bij zijn perfectum of supinum in Stamtijden, plus twee keuzeoefeningen, Perfectum of imperfectum en Indicativus of coniunctivus, die vragen welke tijd of wijs een zin nodig heeft.

Grammatica van het zelfstandig naamwoord

Alle vijf de verbuigingen:

  • Eerste (gen. -ae, bijna allemaal vrouwelijk): puella, aqua, rosa
  • Tweede (gen. -ī, mannelijk op -us of onzijdig op -um, plus de zelfstandige naamwoorden op -er): servus, bellum, puer
  • Derde (gen. -is, alle geslachten) — inclusief de i-stammen (urbs, cīvis, mare) en de zelfstandige naamwoorden op -or, meestal mannelijk, met vrouwelijke uitzonderingen zoals arbor
  • Vierde (gen. -ūs, meestal mannelijk, met de vrouwelijke manus en domus en de onzijdige cornū en genū): exercitus, frūctus
  • Vijfde (gen. -ēī of -eī, bijna allemaal vrouwelijk, met diēs meestal mannelijk): diēs, rēs

Kiezen wat je oefent. Selecteer groepen zelfstandige naamwoorden beperkt de oefeningen tot de verbuigingen die je wilt. De twee zelfstandige naamwoorden waarvan het paradigma vorm voor vorm is opgeslagen in plaats van gegenereerd, vīs en Iuppiter, hebben een eigen rij Onregelmatig en worden geoefend als elk ander zelfstandig naamwoord. Oefen een zelfstandig naamwoord in beide richtingen: Verbuig het zelfstandig naamwoord vraagt om een vorm, Herken de vorm vraagt wat een vorm is.

Grammatica van het bijvoeglijk naamwoord

Alle vijf de leerboekpatronen:

  • 1ᵉ/2ᵉ verbuiging (-us / -a / -um): bonus, magnus
  • 1ᵉ/2ᵉ verbuiging op -er (-er / -a / -um): pulcher, miser, sacer — dezelfde uitgangen, maar de nominativus enkelvoud mannelijk eindigt op -er
  • 3ᵉ verbuiging, twee uitgangen (fortis / forte): mannelijk en vrouwelijk delen een vorm, onzijdig heeft een eigen vorm
  • 3ᵉ verbuiging, één uitgang (ingēns, gen. ingentis): één nominativus voor alle drie de geslachten, met de stam zichtbaar in de genitivus
  • 3ᵉ verbuiging, drie uitgangen (ācer / ācris / ācre): drie verschillende vormen in de nominativus enkelvoud

Vergrotende en overtreffende trap worden gevormd voor de bijvoeglijke naamwoorden die ze in het klassieke Latijn hebben (-ior / -ius, dan -issimus, met -rimus voor bijvoeglijke naamwoorden op -er en -limus voor facilis en verwanten), en niet voor de woorden op -eus, -ius en -uus (aureus, arduus), de bezittelijke voornaamwoorden en de rangtelwoorden. De onregelmatige — bonus → melior → optimus, magnus → maior → maximus, malus → peior → pessimus, parvus → minor → minimus — zijn expliciet opgeslagen. De zinsontleder herkent al deze vormen; de oefeningen werken met de stellende trap: Verbuig het bijvoeglijk naamwoord vraagt om een vorm, Herken de vorm naar naamval, getal en geslacht, en de Congruentie-oefening laat hem aansluiten bij een zelfstandig naamwoord.

Voornaamwoorden, voorzetsels en telwoorden

Voornaamwoorden — elke vorm afzonderlijk opgeslagen, gegroepeerd per soort: persoonlijk (ego, tū, wederkerend suī), aanwijzend (is, hic, ille, iste, ipse, īdem), betrekkelijk (quī), vragend (quis) en onbepaald (aliquis, quīdam, quisque, nēmō, alius …). De vormoefening vraagt om een naamval, getal en geslacht en biedt de andere vormen van hetzelfde voornaamwoord als foute opties aan.

Voorzetsels — de Naamvalregime-oefening vraagt welke naamval elk voorzetsel regeert.

Telwoorden — de hoofdtelwoorden. Ūnus, duo en trēs worden verbogen en krijgen een volledige tabel; de andere, van quattuor tot centum en mīlle, zijn onverbuigbaar en tonen een kaart met hun enige vorm.


Probeer het

Elke taal staat 21 dagen open, met alle functies ontgrendeld. Daarna ontgrendel je alleen Latijn of koop je Alle talen ontgrendelen — een eenmalige aankoop, geen abonnement, geen advertenties, geen account. Je antwoorden blijven op je apparaat.

iPhone & iPad Download LinguaMorpha in de App Store
Mac Download LinguaMorpha in de Mac App Store

Eén aankoop, al je apparaten. De apps voor iPhone, iPad en Mac delen één vermelding in de App Store, dus een taal die je op het ene apparaat ontgrendelt, is ook op de andere ontgrendeld — met dezelfde Apple ID, zonder nog eens te betalen.

De Latijnse gebruikersgids →

Ook in LinguaMorpha: Spaans · Frans