Zelfstandig studeren



Op het scherm Zelfstandig studeren kies je welke woordsoort je wilt oefenen. Elke woordsoort opent een eigen hub met de secties Configuratie, Theorie, Studie en Oefeningen, zodat het oefenen van betekenissen en grammatica samen op één plek staat (zie Het patroon Configuratie / Theorie / Studie / Oefeningen).
Bovenaan staat een kaart met de titel Zelfstandig studeren, met de naam van de cursus die je studeert en een knop Help. Daaronder staat de rij Woordbereik selecteren, die het niveau en de onderwerpen instelt waaruit alle hubs hieronder putten; op de tweede regel staat Alle onderwerpen en niveaus of Gefilterd op onderwerp of niveau. Zie Kiezen wat meedoet.
Daarna volgen de kaarten per woordsoort. Een kaart verschijnt alleen als de cursus er inhoud voor heeft:
- Werkwoorden — vervoegingen, betekenissen en vertalingen.
- Zelfstandige naamwoorden — geslacht, meervoud, betekenissen en vertalingen.
- Bijvoeglijke naamwoorden — verbuigingsparadigma's in alle drie de geslachten in het Latijn; congruentie, verkorting, vergelijking en afleiding van bijwoorden in het Spaans; congruentie in geslacht en getal in het Frans.
- Bijwoorden — afgeleide en zelfstandige bijwoorden (-mente in het Spaans, -ment in het Frans, -ē / -iter / -nter in het Latijn).
- Voornaamwoorden — persoonlijke, aanwijzende, betrekkelijke en vragende.
- Voorzetsels — in het Spaans por / para, en / a / de, vaste combinaties en uitdrukkingen; in het Frans ruimtelijke, temporele en grammaticale verbanden; in het Latijn welke naamval elk voorzetsel regeert.
- Telwoorden — hoofdtelwoorden, met per cursus een andere nadruk: in het Latijn de drie die verbogen worden tegenover de onveranderlijke rest, in het Spaans verkorting en congruentie bij de honderdtallen, in het Frans 1 tot 100 inclusief het twintigtallige patroon.
- Andere woordenschat — voegwoorden, lidwoorden, determinatoren, tussenwerpsels en andere losse woorden.
- Uitdrukkingen — vaste uitdrukkingen en veelgebruikte zegswijzen.
In het Latijn volgt een kaart Teksten: leesteksten waarin elk woord is ontleed. De handleiding voor de cursus Latijn behandelt die.
Op iPhone en iPad komt als laatste een sectie Hulpmiddelen:
- Opzoeken — zoek een vervoeging, meervoud of woordenschatitem op. Zie Opzoeken.
- Valkuilen (Spaans) — valse vrienden, woorden die van betekenis veranderen, geslachtsvalkuilen en verschuivingen tussen ser en estar. Gesloten stapels, elk met een eigen score; ze volgen je woordbereik niet.
Op de Mac staan deze twee in plaats daarvan in de zijbalk onder Hulpmiddelen.
Werkbalk. Het pictogram Opzoeken opent Opzoeken. Het filterpictogram opent Selectie, een overzicht van de woordsoorten met hoeveel items de eigen kiezer van elke soort overlaat, weergegeven als geselecteerd / totaal — groen als alles is meegenomen, rood als er niets is. Tik op een rij met een pijltje om die selectie te wijzigen; rijen zonder pijltje hebben niets te kiezen. Deze aantallen weerspiegelen alleen de eigen kiezer van elke soort; niveau en onderwerpen stel je in onder Woordbereik selecteren, en het filterpictogram is gevuld zolang dat filter actief is. Op iPhone en iPad wissel je met de vlag links van cursus.
Wil je liever dat de app bepaalt wat je hierna studeert, gebruik dan Grammaticalessen.